“Mijn onuitputtelijke inspiratiebron is de natuur, met bomen, planten, vrucht- en schelpvormen. Hun structuren, details en contrasten prikkelen mijn fantasie, hetgeen leidt tot mijn eigen vormentaal, tot de schepping van een geheel eigen wereld. Al schetsend ontstaat een idee op papier, om vervolgens in klei een ruimtelijke gestalte te krijgen. In dit ontwikkelingsproces groeien ook ideeën over glazuren en details. Mijn vormen zijn organisch, vaak een beetje grillig; doen soms denken aan onderwatervegetatie. Of zijn ze misschien juist onaards, misschien vegetatie van een andere planeet? Of onwerkelijk als uit een verre toekomst? Ze veroorzaken vaak verwondering bij de beschouwer en ik hoop dat ze ook ogen openen voor de schoonheid die er op deze wereld nog steeds te vinden is.
Tevens sla ik een brug naar de toekomst: als mens zijn wij in staat om door onze handelingen de aarde te vervormen, te herscheppen. Dat is eigenlijk wat ik met mijn werk ook doe, als het ware op mini-schaal: ik herschep aarde, maar wel in positieve zin: hierbij voert respect voor de natuur de boventoon. Het lijkt weliswaar op een droomwereld, maar ik hoop met mijn beelden tevens te laten zien dat de mensheid ook tegenwicht, een andere richting kan geven aan de bekende negatieve spiraal van aardse ontwikkelingen, zodat onze aardbol ook voor volgende generaties nog goed toeven zal zijn”.


“Mijn inspiratiebronnen zijn de natuurlijke fenomenen, de aardse krachten, in combinatie met de mystiek waarmee deze werden omgeven en het respect dat er ooit voor bestond. Nabootsing van de zichtbare werkelijkheid is voor mij als schilder niet zo interessant. Ik kan niet om de zichtbare werkelijkheid heen: deze vormt een uitgangspunt. Mijn werk wordt gekenmerkt door krachtige vormen. De geschilderde huid vormt een landschap op zich, door enerzijds gladde, flinterdunne en transparante lagen en anderzijds door grovere structuren, en pasteuze lagen opgebracht met paletmes. Gedurende het werkproces ontstaan er ‘mindscapes’, landschappen met eigen vormen, kleuren en tekens, een ongeziene wereld. Althans, ongezien als totaalbeeld, want in detail valt er veel te herkennen in het uiteindelijk resultaat: bomen, bergen, struiken, de horizon en heel af en toe de suggestie, een vermoeden van menselijke aanwezigheid. Mijn schilderijen zijn als fragmenten van een stille en wonderlijke kant van de aarde. Ze tonen een wereld waar menselijke aanwezigheid overbodig lijkt, zelfs een storende factor zou zijn. De beschouwer kan luchten, water, land, vegetatie ontdekken, als symbolen en metaforen, als tekens in een ongekend landschap. Mijn stille wereld vormt ook een geluidloze aanklacht, want er is meer dan het oog in eerste instantie registreert. Het werk heeft niet alleen in materiële, maar ook in inhoudelijke zin, meerdere lagen. In het land van de stilte heeft de boom in de loop der jaren een speciale betekenis gekregen als ge(lit)tekende overlever of slachtoffer van menselijk ingrijpen in de natuur over de hele aardbol”.