Beide kunstenaars laten zich inspireren door de natuur en ontdekten enkele jaren geleden dat er in de uitwerking van hun ideeën raakvlakken waren. Hoewel beiden werkzaam zijn in een andere discipline - keramiek en schilderen - zijn de vormen vaak verwant. Allebei gaan ze uit van natuurlijke vormen, die door kleine ingrepen een ander aanzien krijgen.

Af en toe leek het zelfs alsof de objecten van Kanters uit de schilderijen van Kos waren gestapt, maar het ging met name om de gemeenschappelijke, enigszins ‘magische sfeer’. Regelmatig nemen ze kennis van elkaars nieuwe werk en alhoewel er zeker sprake is van individuele ontwikkelingen, ontdekken ze steeds weer verbanden. Bij Kanters ontstaan onwerkelijke groeisels met soms grillige details. Ze zouden zo om ons heen kunnen groeien, maar eigenlijk ook weer niet, toch niet hier op deze planeet. In de schilderijen van Kos worden de natuurlijke vormen ook onwerkelijk: bomen, vogels, water, lucht krijgen vervreemdende kleuren en hebben een sfeer die niet van deze tijd of deze planeet lijkt.

Door de  werken van beide kunstenaars samen te voegen ontstaat een verrassende, stille, wat geheimzinnige wereld, die echter wel duidelijk verwant is aan de voor ons zichtbare natuur. De beschouwer zal er misschien niet echt de vinger op kunnen leggen, maar diens fantasie wordt zeker geprikkeld.
de raakvlakken
kos-kanters-aardetekens